De Kerkuil of Tyto alba is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit.

Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht, met de donkere ogen pal naar voor gericht.

Tijdens de nachtelijke vluchten is de Kerkuil over het algemeen zwijgzaam, soms laat hij een rauwe kreet horen. Rond de broedplaats maakt hij blazende en sissende geluiden.

De Kerkuil voedt zich voornamelijk met kleine prooien: spitsmuizen, bosmuizen en woelmuizen die hij naar zijn nest brengt, maar soms kan men ook vogels op het menu terugvinden. Meestal gaat het om huismussen en spreeuwen.

Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door een massa braakballen en onverteerbare resten van hun prooi.

De Bengaalse oehoe (Bubo bengalensis ) is een oehoe die voorkomt in de westelijke himalaya,India en Pakistan. Hij wordt 53 cm groot. De Bengaalse oehoe voedt zich met ratten, muizen, kikkers en kleinere vogels. In vergelijking met de Europese Oehoe is hij aanzienlijk kleiner. Deze uil legt 2 tot 4 eieren. Opvallend zijn zijn oranjerode ogen.

Woestijnbuizerd

De vogel situeert zich in het vogelrijk tussen een buizerd (Buteo) en een havik (Accipiter).
Hij heeft brede vleugels zoals buizerd (zweefvluchten) en een lange staart zoals een havik (wendbaar).
Van uitzicht lijkt hij meer op een buizerd, zijn karakter komt meer overeen met dat van een havik. De Harris hawk heeft een zacht(er) karakter, doch bij de jacht kan hij aardig uit de hoek komen.
De vlucht gaat in een patroon “flap-flap-glijden, flap-flap-glijden”. De vleugelslag is minder en trager dan een havik en de glijvluchten langer.
Wanneer hij niet jaagt is zijn vlucht soms onhandig, doch hij kan een grote versnelling inzetten en behendig vliegen rondom obstakels.
Vooral de tarsels zijn behendig; zij kunnen zelfs een klein beetje achteruit vliegen en blijven hangen. Wijven vliegen meer rechtstreeks en krachtig op hun doel af.
Harris hawks kunnen op grote hoogte blijven zweven.
Parabuteo unicinctus unicinctus en Parabuteo unicinctus harrisi: donkerbruin/zwart met roestbruine schouders – ondervleugel en ‘broek’
Parabuteo unicinctus superior: donkerder dan de andere twee.
Alle drie de soorten hebben een typische witte band aan de staart.
Jongen hebben een lichtere, gedruppelde borst.  De jongen kun

Kalkoengier

De kalkoen- of roodkoopgier (Cathartes aura) is een roofvogel van de familie Cathartidae uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika.

Deze soort is nauw verwant aan de Geelkopgier.

Afmetingen: Lengte: 64-81 cm. Spanwijdte: 140-180 cm. Gewicht: 0.8-2 kg

Uiterlijk

Het is een zwarte of grijsbruine vogel met een vuurrode kop en nek. Daarnaast zitten er aan de kop rode kwabben, net als bij een mannelijke kalkoen. De vleugels zijn breed en de staart is lang.


Levensduur

Kalkoengieren kunnen 12-17 jaar oud worden.

Leefomgeving

Kalkoengieren kunnen zich goed aanpassen en leven dan ook in uiteenlopende gebieden zoals graslanden, bossen en stedelijke gebieden. Droogbossen, akkerland en savannes zijn echter favoriet. Dit dier is samen met de Zwarte gier één van de meest algemene Amerikaanse roofvogelsoorten.


Voedsel

Net als andere gieren is de kalkoengier een afvalopruimer en eet hij aangespoelde vis, dode en rottende dieren en fruit. Kleine karkassen worden geprefereerd, maar ook op grotere lijken zal de kalkoengier af komen. Kalkoengieren gaan regelmatig langs snelwegen op zoek naar dieren die slachtoffer zijn geworden van het verkeer. Daarnaast staan ook eieren van andere vogels en kleine diertjes zoals hagedissen en insecten op het menu.


Leefwijze

De sociale kalkoengier leeft in grote groepen van ongeveer dertig exemplaren, waaronder mannetjes, vrouwtjes en jonge vogels. In gebieden met veel prooi en veel broedplaatsen nestelen, slapen en jagen kalkoengieren vaak samen met zwarte gieren. Vaak zit de kalkoengier in een boom of zweeft hij boven de omgeving op zoek naar voedsel. Dankzij zijn gevingerde vleugelpunten is de kalkoengier een goede zwever. Daarnaast maakt ook het grote vleugeloppervlak in combinatie met het lichte gewicht dit mogelijk. Tijdens het zweven worden de vleugels in een V-vorm gehouden. De kalkoengier kan zijn voedsel, behalve met zijn scherpe ogen, ook vinden door het op een grote afstand te ruiken. Er zijn maar weinig vogels waarvan bekend is dat ze dat kunnen.


Voortplanting

Het nest van de kalkoengier bestaat meestal uit een holte in een rots of boom. Soms nestelt deze roofvogel ook op gebouwen. Het nest wordt bekleed met takjes, veren en stukjes huid, die de gier van dode dieren aftrekt. Met behulp van gedroogde uitwerpselen wordt het nest verstevigd. Het vrouwtje legt één tot drie eieren, waarop beide geslachten om de beurt broeden. Na circa 42 dagen komen de eieren uit en de jongen worden gevoed met opgebraakt voedsel uit de krop. Na drie maanden kunnen de jonge kalkoengieren vliegen

Luggervalk (Falco Jugger) - India


Temperamentvol als Prairievalken en verwant aan de Geervalk zijn ze, met wat extra geduld te trainen tot fijne vliegers en gewillige jagers hoewel de prooikeuze de wat kleinere vogels betreft. Ze staan bekend om hun goede loerbinding. Worden dan ook graag gebruikt bij valkerij demonstraties. Dit is naast de Lannervalk een kandidaat voor iemand die na de lage vlucht met de hoge vlucht wil starten. Ze zijn wat ‘harder’ dan de andere valken en verdragen wat beter de fouten die aspiranten kunnen, en ongetwijfeld, zullen maken.

Steppearend

De steppearend (Aquila Rapax)is een grote roofvogel uit de familie van de sperwerachtigen (Accipitridae) die broedt in Midden-Azië, China en India. Ook zijn broedgevallen vastgesteld in de Oekraïne en Roemenië. Het is een trekvogel die in de winter naar Afrika trekt; in het Midden Oosten is hij dan op sommige plaatsen talrijk te zien als doortrekker. In Europa komt de vogel voor in de Oekraïne en Roemenië.


Kenmerken

De steppearend is groot, tot 74 centimeter, en geheel bruin met een lange afgeronde staart. Kenmerkend zijn de grijs gebandeerde slag- en staartpennen, de ovale neusgaten en de opvallende gele mondhoek die tot het oog reikt. Verder zijn de vleugels langer en breder dan bij de schreeuwarend en bastaardarend. De steppearend is kleiner dan de steenarend. Juveniele vogels kenmerken zich door een brede witte baan over de ondervleugels.


Broeden

Steppearenden broeden op open steppen, halfwoestijnen en grote grasvlakten. Ze bouwen een nest van ongeveer 1 meter doorsnee op de grond, in een struik of in een boom. Het nest wordt gemaakt van takken en bekleed met mest, stukjes huid e.d. Er worden meestal 2 eieren gelegd in april of juni, deze zijn wit met vlekken. Het vrouwtje broedt, ze wordt intussen gevoerd door het mannetje, in 40-45 dagen de eieren uit. De jongen blijven zo'n 60 dagen in het nest en worden door beide ouders gevoerd.

Eten

Steppearenden leven voornamelijk van grondeekhoorns, maar ze eten ook jonge vogels, sprinkhanen en hagedissen. In tijden van voedselschaarste eten ze ook aas.